De luchtvochtigheid in een kweekruimte is misschien wel de meest onderschatte groeifactor. Om deze te meten en te regelen gebruiken we de relatieve luchtvochtigheid (RV) als eenheid.
Drogere lucht versnelt de verdamping van vocht uit het blad, terwijl zeer vochtige lucht dit vertraagt. De plant moet altijd wat water verdampen om ruimte te maken voor nieuw water uit het substraat, waarin nieuwe voedingsstoffen zijn opgelost.
De plant werkt als een pomp die wordt aangedreven door zonne-energie. Als de relatieve luchtvochtigheid rond de plant echter te laag is, verdampt ze meer water dan ze kan opnemen, wat groeistoornissen veroorzaakt en uiteindelijk kan leiden tot uitdroging.
Wanneer de luchtvochtigheid rond de plant juist te hoog is, zal de groei aanzienlijk vertragen. Het juiste evenwicht is daarom erg belangrijk.
Kleine stekken hebben nog maar weinig wortels en kunnen dus niet veel water opnemen. Voor sterke stekken is een luchtvochtigheid van ongeveer 80% in de stekruimte nodig.
Als de luchtvochtigheid rond de stek te laag is, zal deze snel water verdampen zonder voldoende nieuw water te kunnen opnemen.
In de eerste 3 weken van de groeifase hebben planten een luchtvochtigheid van ongeveer 70%–80% nodig.
Daarna, tot ongeveer week 6, is de optimale luchtvochtigheid rond de 60%. Vanaf week 7 moet de luchtvochtigheid opnieuw worden verlaagd, maar niet onder de 40%.
Onder de 40% verdampt het water te snel, waardoor het voor de plant moeilijk wordt om het vocht op tijd aan te vullen. De plant sluit haar huidmondjes, waardoor groei en bloei stoppen. De verloren tijd heeft altijd invloed op de opbrengst.
Ook de temperatuur van het vocht is belangrijk.
Sommige systemen kunnen gemakkelijk koud water in de lucht blazen. Deze koude luchtvochtigheid vertraagt echter de groei. Het is het beste om lauw water te gebruiken.
Hobbykwekers die geen luchtbevochtiger hebben, kunnen de bladeren regelmatig besproeien tijdens de eerste 4 weken.